ECLI:NL:GHARN:2007:BA7278

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
29 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-00504
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt onmogelijkheid overdracht basisaftrek na onherroepelijke aanslag

De Hoge Raad heeft in een arrest van 8 december 2006 geoordeeld dat een verzoek tot overdracht van de basisaftrek kan worden gedaan tot het moment waarop de aanslag van belanghebbende of haar zoon onherroepelijk wordt. In deze zaak stelde de Inspecteur dat de aanslag van de zoon over het jaar 2000 op 13 september 2001 onherroepelijk is geworden, waardoor een verzoek tot overdracht na die datum niet meer mogelijk was.

Het Gerechtshof Arnhem heeft vervolgens overwogen dat zelfs indien belanghebbende na verwijzing een nieuw verzoek tot overdracht had ingediend, dit verzoek geen effect meer kon sorteren. Een onderzoek naar de ontvangst van een dergelijk verzoek bij het Hof Leeuwarden werd daarom achterwege gelaten.

Het hof achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd op 29 mei 2007 in het openbaar uitgesproken, waarbij belanghebbende niet aanwezig was maar wel kennis had van de zitting.

Beide partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. De procedure benadrukt het belang van tijdige indiening van verzoeken tot overdracht van fiscale aftrekposten.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de overdracht van de basisaftrek na onherroepelijkheid van de aanslag niet mogelijk is.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
tweede meervoudige belastingkamer
nummer 06/00504
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X
te : Z
verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst te P
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
betreft : aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2000
nummer : 00.H06
mondelinge behandeling : op 15 mei 2007 te Arnhem
waarbij verschenen : de Inspecteur
waarbij niet verschenen : belanghebbende, met kennisgeving aan het Hof
gronden:
1. De Hoge Raad heeft bij arrest van 8 december 2006, nr. 40.929 (hierna: het arrest) de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 18 juni 2004, nr. BK 1754/02 vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest.
2. De Hoge Raad heeft in het arrest onder meer geoordeeld dat een verzoek tot overdracht van de basisaftrek kon worden gedaan tot het moment waarop de aan belanghebbende opgelegde aanslag dan wel een eventueel aan haar zoon over hetzelfde jaar opgelegde aanslag onherroepelijk zou worden.
3. De Inspecteur heeft onweersproken gesteld dat de aan de zoon van belanghebbende opgelegde aanslag voor het onderhavige jaar (2000) op 13 september 2001 onherroepelijk is geworden. Een verzoek tot overdracht kon derhalve tot dat tijdstip worden gedaan.
4. Ook als belanghebbende na verwijzing een nieuw, mede door haar zoon ondertekend, verzoek tot overdracht van de basisaftrek had overgelegd dan wel in dezen zou komen vast te staan dat een door belanghebbende en haar zoon op 17 februari 2004 gedateerd verzoek tot overdracht van de basisaftrek bij Hof Leeuwarden is ingekomen, dan zou dat verzoek in dezen geen effect meer kunnen sorteren. Een onderzoek naar de vraag of aannemelijk is dat een zodanig verzoek bij Hof Leeuwarden is ingekomen, kan derhalve achterwege blijven.
proceskosten:
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
beslissing:
Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan op 29 mei 2007 door mr. C.M. Ettema, voorzitter, mr. J.W. Zwemmer en mr. R.F.C. Spek, raadsheren.
De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, De voorzitter,
(J.L.M. Egberts) (C.M. Ettema)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 31 mei 2007.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),
Postbus 20303,
2500 EH Den Haag.
Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.