ECLI:NL:GHARN:2007:BA8409
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rijken
- Smeeïng-van Hees
- Groen
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring lening wegens lichtvaardige kredietverstrekking door FCE Bank
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of FCE Bank in strijd met artikel 28 van Pro de Wet op het consumentenkrediet (Wck) lichtvaardig een lening had verstrekt aan appellant. Appellant had een lening afgesloten voor een auto, maar stelde dat FCE onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn werkelijke financiële situatie en inkomen.
Het hof stelde vast dat FCE geen bewijsstukken van het inkomen van appellant had verkregen, terwijl uit handgeschreven aantekeningen bleek dat appellant geen vaste lasten had, bij zijn ouders woonde zonder kostgeld te betalen, en slechts een onzeker toekomstperspectief had vanwege gezondheidsproblemen en een tijdelijk dienstverband. Dit had FCE ertoe moeten brengen om nader bewijs te verlangen alvorens de lening te verstrekken.
Het hof oordeelde dat FCE hierdoor lichtvaardig had gehandeld en in strijd met artikel 28 Wck Pro had gehandeld. De overeenkomst werd daarom nietig verklaard. De vordering van FCE tot betaling werd afgewezen en FCE werd veroordeeld in de proceskosten. Het beroep van appellant tegen het tussenvonnis werd niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige toetsing van kredietwaardigheid door kredietverstrekkers en bevestigt dat het niet naleven van deze zorgplicht kan leiden tot nietigverklaring van kredietovereenkomsten.
Uitkomst: De vordering van FCE wordt afgewezen en de kredietovereenkomst wordt nietig verklaard wegens lichtvaardige kredietverstrekking.