ECLI:NL:GHARN:2007:BB0627

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
20 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-00031
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. AJ, tweede lid, Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing activering en afschrijving varkensrechten in inkomstenbelasting

Belanghebbende vorderde in de procedure de activering van varkensrechten ter waarde van €114.244 per 1 januari 2001 en daarop jaarlijkse afschrijvingen van €28.560 in het kader van de terbeschikkingstellingsregeling. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende nooit economisch eigenaar was van deze rechten en dat op grond van artikel AJ, tweede lid, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 deze rechten per 1 januari 2001 voor nihil moeten worden opgenomen.

Het gerechtshof Arnhem sloot zich aan bij de motivering van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van belanghebbende. Verdere aangevoerde argumenten in hoger beroep deden hieraan niet af. Het hof achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd op 20 juni 2007 in het openbaar gedaan door de meervoudige belastingkamer van het gerechtshof Arnhem, waarbij de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Beide partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatieberoep bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het arrest.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat belanghebbende de varkensrechten niet mag activeren en afschrijven in de inkomstenbelasting 2001.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
Eerste meervoudige belastingkamer
nummer 06/00031
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
appellant : X te Z (hierna: belanghebbende)
verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/P (hierna: de Inspecteur)
aangevallen beslissing : uitspraak van de Rechtbank Arnhem (hierna: de Rechtbank) van 21 december 2005 nummer AWB 05/1987 IB
betreft : aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2001
nummer : 01.H.16
mondelinge behandeling : op 6 juni 2007 te Arnhem
waarbij verschenen : belanghebbendes gemachtigden alsmede de Inspecteur
gronden:
1. De Rechtbank heeft de partijen verdeeld houdende vraag of belanghebbende gerechtigd is de onderhavige varkensrechten met ingang van 1 januari 2001 voor een bedrag € 114.244 te activeren en daarop jaarlijks een bedrag van € 28.560 af te schrijven ontkennend beantwoord. Redengevend daarvoor heeft de Rechtbank in de eerste plaats geacht dat naar haar oordeel belanghebbende in privé nimmer, ook niet in economische zin, eigenaar is geweest van de onderwerpelijke mestproductie- en varkensrechten. In de tweede plaats – en ten overvloede – heeft de Rechtbank die beslissing gegrond op de overweging dat het bepaalde in artikel AJ, tweede lid, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 in dezen van toepassing is, hetgeen meebrengt dat de onderhavige varkensrechten per 1 januari 2001 te boek dienen te worden gesteld voor een bedrag van nihil.
2. Het Hof verenigt zich met de beslissing van de Rechtbank en met de door haar daartoe gebezigde gronden. Het Hof maakt deze tot de zijne.
3. Hetgeen belanghebbende in hoger beroep overigens nog heeft aangevoerd, doet aan deze conclusie niet af.
4. Het hoger beroep is ongegrond.
proceskosten:
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
beslissing:
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Aldus gedaan op 20 juni 2007 door mr. J.A. Monsma, voorzitter, mr. R. den Ouden en mr. E.A.K.G. Ruys en op genoemde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. W.J.N.M. Snoijink als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, De voorzitter,
(W.J.N.M. Snoijink) (J.A. Monsma)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 juni 2007
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),
Postbus 20303,
2500 EH Den Haag.
Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.