ECLI:NL:GHARN:2007:BB0740
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mollema
- Zandbergen
- Hidma
- Rechtspraak.nl
Geen matiging van contractuele boete wegens onbekwame adviseur en taalbarrière
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een contractuele boete van €15.400,-, verschuldigd door geïntimeerden aan appellanten uit hoofde van een koopovereenkomst, gematigd kon worden op grond van billijkheid. De rechtbank had de boete reeds gematigd met €3.400,- vanwege omstandigheden zoals een onbekwame adviseur en onvoldoende taalbeheersing door geïntimeerden.
Het hof oordeelde dat het risico van het inschakelen van een onbekwame deskundige volledig voor rekening van geïntimeerden komt, aangezien zij zelf de adviseur hadden gekozen en gebruikt. Ook de onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal werd niet als zelfstandig argument erkend, mede omdat geïntimeerden zich tijdens het verkoopproces door hun dochter hadden laten begeleiden die de taal voldoende beheerst.
Verder stelde het hof dat het enkele verschil tussen de boete en de werkelijke schade geen reden is voor matiging. Zelfs als de adviseur onder de maat was, zou matiging niet gerechtvaardigd zijn omdat dit zou betekenen dat het risico van een onbekwame adviseur deels op de verkoper wordt afgewenteld, wat onaanvaardbaar is.
Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van geïntimeerden af, waarbij geïntimeerden werden veroordeeld in de kosten van de procedure in zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot matiging van de contractuele boete wordt afgewezen en geïntimeerden worden veroordeeld in de proceskosten.