ECLI:NL:GHARN:2007:BB0970
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Vaessen
- Lenselink
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnissen over saneringskosten asbestverontreinigde grond en rechtsverwerking
In deze civiele zaak vordert de gemeente vergoeding van de kosten voor het verwijderen en saneren van asbestverontreinigde grond die appellant in juni 2000 op gemeenteterrein heeft gedeponeerd. Appellant betwist de verontreiniging en stelt dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld door de grond zonder zijn toestemming te verwijderen.
Het hof stelt vast dat appellant vanaf 1999 op de hoogte was van de asbestverontreiniging op zijn perceel en dat hij de verdachte grond bewust op gemeenteterrein heeft geplaatst. Ondanks meerdere brieven van de gemeente om de sanering zelf te regelen, heeft appellant dit niet gedaan en slechts voorgesteld de grond terug te schuiven zonder een plan van aanpak.
De rechtbank heeft de vordering van de gemeente toegewezen en de vordering van appellant afgewezen. Het hof bekrachtigt deze vonnissen en oordeelt dat appellant zich jegens de gemeente niet meer kan beroepen op het niet-verontreinigd zijn van de grond, omdat hij zijn recht heeft verwerkt door te zwijgen tijdens de onderzoeken en pas na verwijdering bezwaar te maken. Ook is de verwijdering door de gemeente rechtmatig, gelet op de omstandigheden en toestemming die stilzwijgend werd geacht te zijn gegeven.
Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De grieven van appellant falen, waaronder betwisting van de locatie van het depot, het onrechtmatig verkregen bewijs en de stelling dat hem rechtsbescherming is onthouden. Het hof bevestigt dat de gemeente de saneringskosten op appellant mag verhalen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt appellant tot betaling van de saneringskosten en proceskosten.