ECLI:NL:GHARN:2007:BB0988
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt boetebeschikking naheffingsaanslag omzetbelasting 1998
Belanghebbende, een garagebedrijf dat gebruikte auto's aan- en verkocht, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1998, vermeerderd met een boetebeschikking en heffingsrente. Na bezwaar en vermindering van de aanslag door de Inspecteur, kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil betrof de vraag of de naheffingsaanslag vernietigd moest worden op grond van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur door het opleggen van een naheffingsaanslag conform een ingediende suppletieaangifte vertrouwen had gewekt dat deze juist was.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur zorgvuldig had gehandeld door de naheffingsaanslag ter behoud van rechten op te leggen, ondanks dat het boekenonderzoek nog niet was afgerond. Tevens verwierp het Hof het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat suppletieaangiften in de fiscale praktijk doorgaans zonder diepgaand onderzoek worden verwerkt en dat dit geen rechtens beschermd vertrouwen schept.
Het Hof vernietigde echter de boetebeschikking, omdat de Inspecteur zich tijdens de procedure op het standpunt had gesteld dat deze moest worden vernietigd. Het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard. De proceskosten werden verwezen naar een samenhangende zaak.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd, de naheffingsaanslag wordt gehandhaafd.