ECLI:NL:GHARN:2007:BB1498
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonbelasting naheffingsaanslag en boetebeschikking bij aanleg parkeerplaats
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een Chinees-Indisch restaurant exploiteert, kreeg voor het jaar 2002 een naheffingsaanslag loonbelasting en een boetebeschikking opgelegd vanwege werkzaamheden aan een parkeerplaats bij haar bedrijfspand. De Inspecteur kwalificeerde de betalingen aan het bedrijf dat de bestratingswerkzaamheden uitvoerde als loon uit dienstbetrekking, deels op basis van een fictieve dienstbetrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de boetebeschikking, maar ongegrond voor de naheffingsaanslag. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl de Inspecteur ook incidenteel hoger beroep instelde. Tijdens de zitting op 3 mei 2007 werden pleitnota's overgelegd en werd een verzoek van de Inspecteur om een onderzoeksverslag over te leggen afgewezen wegens strijd met de procesorde.
Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden niet onder regie van belanghebbende door personen in een dienstbetrekking waren uitgevoerd, maar door een zelfstandig opererend bedrijf. De Inspecteur had onvoldoende feiten aangevoerd om het tegendeel te bewijzen. De naheffingsaanslag en boetebeschikking werden daarom vernietigd. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende moest vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting en boetebeschikking zijn vernietigd wegens onvoldoende bewijs van dienstbetrekking.