ECLI:NL:GHARN:2007:BB2207
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- mrs Haas
- Wefers Bettink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens winstgemis onroerendezaaktransactie
Belanghebbende, X BV, maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1996, opgelegd wegens vermeend winstgemis bij de verkoop van een onroerende zaak. De Inspecteur stelde dat belanghebbende zich bewust winst had laten ontgaan door het pand tegen een te lage prijs door te leveren aan een zustervennootschap, F BV, waardoor belasting werd ontdoken.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende het pand op 29 december 1995 verwierf en dat de economische eigendom pas op 12 april 1996 aan F BV werd overgedragen. Het besluit van de aandeelhouders van 16 januari 1996, waarin werd gesteld dat het economische risico bij een andere vennootschap zou liggen, was een eenzijdige verklaring zonder bindende overeenkomst. Belanghebbende had het pand ten onrechte niet op haar balans opgenomen en deed daardoor onjuiste aangifte.
De Inspecteur had voldoende bewijs voor het opzet van belanghebbende om belasting te ontwijken en de opgelegde boete was passend. Ook werd geoordeeld dat er geen schending was van het verbod op dezelfde ambtenaar die zowel de aanslag oplegt als het bezwaar behandelt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1996 wordt bevestigd met een boete van 50 procent.