ECLI:NL:HR:2008:BD3138
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert belastingverhoging wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag opgelegd met een verhoging van honderd procent, waarvan de Inspecteur aanvankelijk geen kwijtschelding verleende. Na bezwaar werd de verhoging door de Inspecteur teruggebracht tot vijftig procent. Het Hof Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde deze beslissing.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat het Hof ten onrechte het aanbod tot getuigenbewijs had gepasseerd en dat de belastingverhoging gematigd had moeten worden vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht het getuigenbewijs niet had aangenomen omdat het geen ander oordeel zou opleveren.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het Hof niet binnen de wettelijke termijn uitspraak had gedaan na de zitting van 8 november 2006, waardoor sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur vernietigd voor zover het de verhoging betrof, en werd de verhoging verminderd tot vijfenveertig procent.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten die belanghebbende had gemaakt in cassatie. De overige middelen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Uitkomst: De belastingverhoging wordt verminderd tot vijfenveertig procent wegens overschrijding van de redelijke termijn.