ECLI:NL:GHARN:2007:BB4905
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P.M. Kooijmans
- C.M. Ettema
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag en boetebeschikking omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2001 tot en met 2004, inclusief een vergrijpboete. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende hoger beroep in. Het geschil betrof de juistheid van de naheffingsaanslag en de boetebeschikking.
Het Hof constateerde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de aanslag grotendeels terecht was opgelegd, maar dat de naheffingsaanslag met €152 moest worden verminderd wegens een onjuiste berekening van omzetbelasting over een exploitatievergoeding. Tevens oordeelde het Hof dat het beroep mede gericht was tegen de boete en dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door te stellen dat belanghebbende geen gronden tegen de boete had aangevoerd.
Het Hof stelde vast dat de Inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende grove schuld had aan het te weinig afdragen van belasting, waardoor de boete passend was. De boete werd wel verminderd in verhouding tot de aangepaste naheffingsaanslag. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, handhaafde de naheffingsaanslag verminderd tot €10.000, en verlaagde de boete tot €2.416.
Daarnaast veroordeelde het Hof de Staat tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht en de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd openbaar gedaan op 25 september 2007 te Arnhem.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, vermindert de naheffingsaanslag en boete en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.