ECLI:NL:GHARN:2007:BB9129
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inkomstenbelasting 2001 en 2002
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over meerdere jaren, met boetebeschikkingen van 100%. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard, de boetes verminderd tot 25% en de aanslagen over 2001 en 2002 verminderd.
In hoger beroep stond centraal of belanghebbende nog het recht had om de navorderingsaanslagen te betwisten, gezien de in de rechtbank gesloten vaststellingsovereenkomst. Belanghebbende stelde dat hij zijn verweer over het nieuwe feit niet had prijsgegeven en dat de overeenkomst slechts onder de voorwaarde was gesloten dat de rechtbank het nieuwe feit zou erkennen.
Het Hof oordeelde dat uit de uitspraak en het proces-verbaal van de rechtbank duidelijk bleek dat het verweer over het nieuwe feit aan de orde was geweest en dat partijen een onvoorwaardelijke overeenkomst sloten. Belanghebbende was daarom gebonden aan het compromis en kon zijn overige klachten niet meer aanvoeren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; belanghebbende is gebonden aan de vaststellingsovereenkomst.