ECLI:NL:GHARN:2007:BC3229
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Wesseling-Lubberink
- Wattendorff
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig optreden van de Staat bij inbeslagname en gebruiksverbod vrachtwagens met consumentenvuurwerk
In deze civiele procedure vordert [appellant] schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatig optreden bij het opleggen van een verbod op het gebruik van drie vrachtwagens en de inbeslagname van consumentenvuurwerk op 28 december 2001. De vrachtwagens stonden nabij een winkel waar vuurwerk werd verkocht en waren geladen met circa 10 ton consumentenvuurwerk. De politie verbood het parkeren van de vrachtwagens met vuurwerk boven de toegestane hoeveelheid en nam een deel van het vuurwerk in beslag.
De rechtbank wees de vorderingen af, stellende dat sprake was van een redelijke verdenking van overtreding van de Wet Milieubeheer (artikel 8.1 WM) en dat [appellant] als gewezen verdachte moest worden aangemerkt. Het hof oordeelt echter dat de politie en justitie ten tijde van het optreden niet in redelijkheid konden betwijfelen dat de vrachtwagens een inrichting vormden in de zin van artikel 1.1 WM. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een inrichting een zekere duur van bedrijvigheid vereist, wat bij de tijdelijke opslag in de vrachtwagens ontbrak.
Het hof concludeert dat de verdenking jegens [appellant] achteraf ongegrond was en dat het optreden van de Staat onrechtmatig was. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank, verklaart het onrechtmatig handelen van de Staat en veroordeelt de Staat tot vergoeding van de door [appellant] geleden schade, nader vast te stellen bij staat en te vereffenen volgens de wet. Tevens wordt de Staat veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof verklaart het optreden van de Staat onrechtmatig en veroordeelt de Staat tot schadevergoeding aan [appellant].