ECLI:NL:HR:2001:AD3841
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering inrichting onder Wet milieubeheer
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens medeplegen van overtreding van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, omdat hij een inrichting zou hebben opgericht en in werking gehad zonder vergunning. Het hof baseerde dit op het storten van grote hoeveelheden afvalstoffen in een greppel op een perceel, waaronder een 5000-litertank met olie, asbesthoudend materiaal, teerhoudend asfalt en puinverharding.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd. De activiteiten waren eenmalig en in een relatief kort tijdsbestek afgerond, waardoor deze niet kunnen worden aangemerkt als bedrijfsmatige bedrijvigheid die een inrichting vormt volgens de Wet milieubeheer. Ook het enkel laten liggen van afvalstoffen in de bodem is geen inrichting.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad op 25 september 2001.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.