ECLI:NL:GHARN:2007:BC6131
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor schade door inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis wegens psychiatrische impact
Verzoeker werd op 13 april 2004 in verzekering gesteld, gevolgd door bewaring en voorlopige hechtenis die eindigde op 7 mei 2004. Na vrijspraak bij arrest van 11 april 2006 vroeg verzoeker vergoeding voor de geleden schade door deze detentie.
Het hof oordeelde dat het verzoek tijdig en ontvankelijk was en dat op grond van artikel 89 Sv Pro vergoeding mogelijk is wanneer een zaak eindigt zonder strafoplegging en voorlopige hechtenis onterecht was. Gezien de psychiatrische toestand van verzoeker en de enorme impact van de detentie achtte het hof het billijk een hogere vergoeding toe te kennen dan gebruikelijk.
Het hof kende € 285,- per dag voor de drie dagen in verzekering en € 210,- per dag voor de 21 dagen voorlopige hechtenis toe, totaal € 6.615,-. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De griffier werd bevolen het bedrag over te maken op de bankrekening van verzoeker.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een vergoeding van € 6.615,- toe voor de schade door inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis.