ECLI:NL:GHARN:2007:BD6993
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- A. van Waarden
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding voorlopige hechtenis op grond van artikel 89 Sv
Appellant heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering voor vergoeding van schade door voorlopige hechtenis. De rechtbank Utrecht verklaarde appellant niet-ontvankelijk omdat de zaak niet was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Appellant was vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten en veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht weken voor andere feiten.
Het hof overweegt dat de term “zaak” in artikel 89 Sv Pro dezelfde betekenis heeft als in artikel 258 Sv Pro en dat alle feiten die op de dagvaarding staan samen de zaak vormen. Omdat er straf is opgelegd voor enkele feiten, is de zaak niet geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Daarom kan geen vergoeding worden toegekend voor de voorlopige hechtenis ten aanzien van andere feiten die enkel wegens proceseconomische redenen zijn gevoegd.
Het hof bevestigt de beschikking van de rechtbank en verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek. De beslissing is genomen in openbare raadkamer te Arnhem op 19 november 2007 door drie raadsheren.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vergoeding op grond van artikel 89 Wetboek van Strafvordering.