ECLI:NL:GHARN:2007:BK0340
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- A.G. Coumans
- A.W.M. Elders
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep officier van justitie tegen tussenvonnis inzake vertrouwelijke telefoongesprekken
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen een tussenvonnis van de rechtbank Arnhem waarin werd bepaald dat stukken met betrekking tot telefoongesprekken tussen de voormalige raadsman van verdachte en diens familieleden uit het dossier verwijderd moesten worden. Deze gesprekken betroffen vertrouwelijke communicatie die onder het verschoningsrecht viel.
Het hof overwoog dat het tussenvonnis terecht als zodanig was gekwalificeerd en dat op grond van artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering hoger beroep tegen tussenvonnissen slechts gelijktijdig met het hoger beroep tegen het eindvonnis kan worden ingesteld. Omdat de officier van justitie dit niet had gedaan, werd hij niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof ging niet inhoudelijk in op de vraag of de rechtbank bevoegd was tot de verwijdering van de gesprekken. Wel werd benadrukt dat de telefoongesprekken voorlopig beschikbaar moeten blijven in afwachting van een eventueel gecombineerd hoger beroep tegen het tussenvonnis en het eindvonnis, om te voorkomen dat het hof voor een voldongen feit wordt geplaatst.
De beslissing werd genomen door het gerechtshof Arnhem op 22 augustus 2007, waarbij de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis van 3 juli 2007.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis van 3 juli 2007.