ECLI:NL:GHARN:2008:BC7384
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R. den Ouden
- J. van de Merwe
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 wegens samenhangend geheel van rechtshandelingen gericht op liquidatie melkveebedrijf
Belanghebbende, die een melkveebedrijf exploiteerde, bracht dit bedrijf fiscaal geruisloos in een besloten vennootschap in. Kort daarna werden de onroerende zaken verkocht en werd het bedrijf geleidelijk geliquideerd, terwijl belanghebbende een nieuw melkveebedrijf in Duitsland startte. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij meende dat de geruisloze inbrengfaciliteit niet van toepassing was vanwege het samenhangende geheel van rechtshandelingen gericht op liquidatie.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd. Het Gerechtshof oordeelt echter dat de navorderingsaanslag binnen de wettelijke termijn is opgelegd en dat de geruisloze inbrengfaciliteit niet van toepassing is als de inbreng onderdeel uitmaakt van een samenhangend geheel van rechtshandelingen gericht op liquidatie van de onderneming.
Het hof stelt vast dat belanghebbende en zijn adviseur een stappenplan uitvoerden gericht op liquidatie van het Nederlandse bedrijf en de start van een nieuwe onderneming in Duitsland. De verkoop van onroerende zaken, het staken van melkproductie, het overbrengen van vee en inventaris, en de emigratie naar Duitsland ondersteunen dit oordeel. Het hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart het principale hoger beroep van de Inspecteur gegrond en vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, waarbij de navorderingsaanslag terecht is opgelegd.