ECLI:NL:GHARN:2008:BC7434
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Van der Weij
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant, een 51-jarige gescheiden man met een totale schuldenlast van circa €45.000, waaronder een achterstallige alimentatieschuld van meer dan acht jaar, verzocht de rechtbank Almelo om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant niet te goeder trouw was met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van een substantieel deel van zijn schulden.
In hoger beroep stelde appellant dat de oude alimentatieschuld buiten beschouwing moest worden gelaten vanwege de ouderdom, en dat hij zijn overige schulden wel kon aflossen. Het hof oordeelde echter dat appellant zich bewust had moeten zijn van zijn alimentatieverplichting jegens zijn inmiddels 26-jarige zoon en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest bij het onbetaald laten van deze schuld.
Het hof constateerde dat appellant geen actie had ondernomen om de alimentatieschuld af te lossen en dat hij ondanks de kennis hiervan nieuwe schulden had laten ontstaan. Dit werd door appellant erkend tijdens de mondelinge behandeling. Het hof vond geen bijzondere omstandigheden die toewijzing van het verzoek rechtvaardigden en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot schuldsaneringsregeling afwijst wegens onvoldoende goede trouw bij het onbetaald laten van de alimentatieschuld.