ECLI:NL:PHR:2008:BF8924
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij alimentatieschuld
Verzoeker, een alleenstaande man met aanzienlijke schulden waaronder een achterstallige alimentatieschuld aan zijn in Duitsland wonende zoon, verzocht bij de rechtbank Almelo om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat verzoeker niet te goeder trouw was, met name door het niet voldoen aan een rechterlijke beslissing en het nalaten om de onderhoudsbijdragen te laten wijzigen.
Verzoeker ging in beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Het hof oordeelde dat verzoeker zich bewust was van zijn alimentatieverplichting, maar geen actie had ondernomen om deze schuld te voldoen of te wijzigen, en daarnaast nieuwe schulden had laten ontstaan. Het hof vond onvoldoende bijzondere omstandigheden om het verzoek toch toe te wijzen.
Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, stellende dat het hof ten onrechte had aangenomen dat het niet voldoen aan een rechterlijke beslissing per definitie niet te goeder trouw is, en dat de alimentatieschuld oud was en de zoon inmiddels zelfvoorzienend. De Hoge Raad verwierp deze middelen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en onvoldoende aandacht van verzoeker voor de redenen van niet-betaling.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.