ECLI:NL:GHARN:2008:BC8277

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
25 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AVNR 680-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 27 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vergoeding na vrijspraak poging tot diefstal in vereniging

Verzoeker werd vervolgd voor tweemaal poging tot diefstal in vereniging en verklaarde tijdens het opsporingsonderzoek dat hij twee tasjes probeerde te trekken. Zijn medeverdachte bevestigde dat verzoeker twee pogingen deed, maar niet slaagde.

Bij arrest van 27 juni 2007 werd verzoeker vrijgesproken van de tenlasteleggingen, waardoor de zaak zonder strafoplegging eindigde. Verzoeker diende vervolgens een verzoek in tot vergoeding op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering voor schade door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.

Hoewel het verzoek tijdig en ontvankelijk was en de advocaat-generaal toekenning adviseerde, oordeelde het hof dat op basis van de verklaringen geen gronden van billijkheid aanwezig waren om vergoeding toe te kennen. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Het hof overwoog dat artikel 89 Sv Pro een vergoeding mogelijk maakt indien billijkheid dit vereist, maar dat dit in deze zaak niet het geval was gezien de verklaringen van verzoeker en zijn medeverdachte.

De beschikking werd uitgesproken in openbare zitting te Arnhem op 25 maart 2008 door de raadsheren Ruys, van Waarden en Elders.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding ex artikel 89 Sv wordt afgewezen wegens ontbreken van billijkheidsggronden.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
zitting houdende te Arnhem
Pkn: 21-000257-06
Avnr: 000680-07
Het hof heeft gezien het op 17 juli 2007 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift van:
[naam verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
domicilie kiezende te [plaats], [straat], ten kantore van zijn raadsman,
hierna te noemen verzoeker,
ingediend door mr. [naam raadsman], advocaat te [plaatsnaam], strekkende tot toekenning van een vergoeding ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering ter zake van schade als gevolg van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, alsmede schade als gevolg van de schorsing van de voorlopige hechtenis.
Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 25 februari 2008 de advocaat-generaal en namens verzoeker mr. [naam raadsman] voornoemd.
Verzoeker is hoewel behoorlijk opgeroepen niet verschenen.
Het hof heeft kennis genomen van de overige zich in het procesdossier bevindende stukken, waaronder de conclusie van de advocaat-generaal.
OVERWEGINGEN
1. Bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van het hof van 27 juni 2007 is verzoeker vrijgesproken van het hem onder 1 en 2 tenlastegelegde. De zaak is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
2. Het verzoekschrift is tijdig ingediend en is in zoverre ontvankelijk.
3. De advocaat-generaal heeft ter zitting geconcludeerd tot toewijzing van de gevraagde vergoeding.
4. De raadsman heeft gepersisteerd bij het verzoek met dien verstande dat bij de berekening van de duur van de voorlopige hechtenis geen aansluiting dient te worden gezocht bij de wijze waarop in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht de aftrek van voorarrest is geregeld, maar dat uitgegaan dient te worden van hele dagen.
5. Op grond van het bepaalde in artikel 89 en Pro verder van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter aan de gewezen verdachte, in het geval de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, en de rechter daarvoor – alle omstandigheden in aanmerking genomen – gronden van billijkheid aanwezig acht, een vergoeding toekennen voor schade die hij heeft geleden ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.
6. Verzoeker is vervolgd wegens – kort samengevat – tweemaal poging tot diefstal in vereniging. Hij heeft tijdens het opsporingsonderzoek verklaard dat hij heeft geprobeerd twee tasjes te trekken. Zijn medeverdachte heeft verklaard dat verzoeker twee maal heeft getracht een tas te pakken, maar dat dit niet is gelukt. Gelet op deze verklaringen acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen, zodat het verzoek zal worden afgewezen.
BESCHIKKENDE
Het hof:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mrs. E.A.K.G. Ruys, voorzitter, A. van Waarden en A.W.M. Elders, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. N.M.H. van Ek, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 25 maart 2008.