ECLI:NL:GHARN:2008:BD0592
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. den Ouden
- J. van de Merwe
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof stelt resterende bouwkundige levensduur monumentenwoning vast op 100 jaar
Belanghebbende kocht in 2000 een monumentenwoning uit 1767 en nam in haar belastingaangifte 2001 een afschrijving van 3% op de aanschafprijs van de woning in aanmerking. De Inspecteur corrigeerde deze afschrijving naar een lager bedrag, wat leidde tot een geschil over de juiste resterende bouwkundige levensduur van het pand.
Na eerdere procedures en een verwijzingsarrest van de Hoge Raad werd het geschil aan het Gerechtshof Arnhem voorgelegd. Belanghebbende stelde primair een levensduur van 33 jaar en subsidiair 50 jaar, terwijl de Inspecteur een levensduur van ten minste 343 jaar verdedigde.
Het Hof oordeelde dat de woning, gezien de instandhoudingsverplichting volgens de Monumentenwet, de renovaties in de jaren negentig en de restauratiewerkzaamheden in 2003, goed wordt onderhouden en een lange levensduur kent. De stellingen van belanghebbende achtte het Hof onvoldoende aannemelijk, maar vond de schatting van de Inspecteur onredelijk hoog en onvoldoende onderbouwd.
Het Hof stelde daarom de resterende bouwkundige levensduur in goede justitie vast op 100 jaar, wat resulteerde in een afschrijving van 1% van de aanschafprijs (€1.900). Dit leidde tot een vermindering van het belastbaar inkomen uit werk en woning tot €65.159. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten van €483 ten gunste van belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof stelt de resterende bouwkundige levensduur van de monumentenwoning vast op 100 jaar en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €65.159.