ECLI:NL:GHARN:2008:BD6836
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hermans
- Melssen
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Procedurele richtlijnen en belangenafweging bij gedwongen schuldregeling volgens artikel 287a Faillissementswet
Het Gerechtshof Arnhem behandelt een hoger beroep waarin de appellant, schuldeiser, weigert in te stemmen met een schuldregeling aangeboden door de geïntimeerden. De rechtbank had eerder de appellant bevolen in te stemmen met deze regeling. Het hof onderzoekt de toepassing van artikel 287a Faillissementswet, dat schuldeisers kan dwingen mee te werken aan een buitengerechtelijk akkoord indien hun weigering onredelijk is.
Het hof benadrukt dat voor een zorgvuldige belangenafweging een compleet aanvraagdossier noodzakelijk is, waarin onder meer de financiële positie van alle betrokken partijen duidelijk wordt. In deze zaak ontbreekt een dergelijk dossier, waardoor het hof zich onvoldoende voorgelicht acht om een definitieve beslissing te nemen. Daarom geeft het hof partijen de gelegenheid om aanvullende stukken te overleggen, waaronder een volledige berekening en bewijsstukken over de financiële gevolgen voor de appellant.
Verder wijst het hof erop dat bewijsaanbod van de appellant over wanbeleid niet wordt gehonoreerd vanwege onvoldoende onderbouwing en het late tijdstip in de procedure. Het hof stelt strikte termijnen voor het indienen van stukken en schriftelijke reacties en houdt verdere beslissing aan totdat deze stukken zijn ontvangen. Hiermee zet het hof een duidelijke route uit voor toekomstige procedures op grond van artikel 287a Fw.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid aanvullende stukken te overleggen voor een zorgvuldige belangenafweging.