ECLI:NL:GHARN:2008:BD9735
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. den Ouden
- C.M. Ettema
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens ontbreken kwade trouw
Belanghebbende, een besloten vennootschap actief in aannemersactiviteiten en vastgoedontwikkeling, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd over 1997 vanwege vermeende winstoverheveling bij de verkoop van een deel van een schoolcomplex. De Inspecteur stelde dat belanghebbende te kwader trouw was door de waarde van het overgedragen vastgoed aan dochters van de middellijk aandeelhouder te laag aan te geven.
Tijdens de procedure stelde het Hof vast dat het taxatierapport waarop de Inspecteur zich baseerde niet betrouwbaar was vanwege grote verschillen tussen taxaties en de complexiteit van waardebepaling. Belanghebbende had bovendien openheid van zaken gegeven over het huurcontract met de gemeente, wat een belangrijke factor was in de waardering.
Het Hof oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor kwade trouw in de zin van artikel 16, eerste lid, AWR, en dat de Inspecteur een ambtelijk verzuim had begaan door de primitieve aanslag vast te stellen zonder het taxatieonderzoek af te wachten. Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd en het beroep van belanghebbende gegrond verklaard.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldigheid en voldoende bewijs bij navordering en benadrukt dat een belastingplichtige niet te kwader trouw kan worden gehouden bij complexe waarderingskwesties zonder overtuigend bewijs.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1997 wordt gegrond verklaard en de aanslag vernietigd wegens ontbreken van kwade trouw.