ECLI:NL:GHARN:2008:BF3284
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Knottnerus
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat geen toestemming echtgenote vereist is bij hoofdelijk medeschuldenaar met certificering aandelen
In deze zaak stond centraal of artikel 1:88 lid 5 van Pro het Burgerlijk Wetboek van toepassing was op een situatie waarin de aandelen van een vennootschap gecertificeerd zijn en de bestuurder zich als hoofdelijk medeschuldenaar verbond zonder toestemming van zijn echtgenote.
Appellant voerde aan dat de uitzonderingsbepaling van lid 5 niet geldt bij complexe structuren zoals certificering van aandelen, omdat een stichting geen aandeelhouders kent. Het hof oordeelde echter dat de gekozen stichtingsstructuur vergelijkbaar is met een holdingsstructuur en dat appellant als enig bestuurder van de stichting feitelijk de bedrijfsactiviteiten van de B.V. uitvoert.
Daarmee was voldaan aan de criteria van artikel 1:88 lid 5 BW Pro, namelijk dat de bestuurder voldoende zeggenschap en financieel belang heeft bij de vennootschap waarvoor hij zich verbindt. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat appellant zich rechtsgeldig als hoofdelijk medeschuldenaar verbond zonder toestemming van zijn echtgenote op grond van artikel 1:88 lid 5 BW.