ECLI:NL:GHARN:2008:BF3700
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst tot ontbinding van pachtovereenkomst wegens voorbehoud goedkeuring Hoogheemraadschap
In deze zaak stond de vraag centraal of tussen appellant en het Hoogheemraadschap een overeenkomst tot ontbinding van een pachtovereenkomst tot stand was gekomen. Appellant stelde dat op 3 december 2003 een finaal aanbod was gedaan en aanvaard onder enkele voorwaarden, waaronder de voortzetting van huur van een parkeerterrein en geen ruil met gemeentelijke grond. Het hof oordeelde echter dat het aanbod door de rentmeester was gedaan onder voorbehoud van goedkeuring door het Hoogheemraadschap, waardoor geen bindende overeenkomst tot stand kwam.
Het hof benadrukte dat appellant en zijn vertegenwoordiger niet mochten aannemen dat de rentmeester bevoegd was namens het Hoogheemraadschap een overeenkomst te sluiten, mede omdat het bestuur van een rechtspersoon als het Hoogheemraadschap exclusief bevoegd is tot het aangaan van dergelijke overeenkomsten. Verder wees het hof erop dat appellant bekend was met deze besluitvormingswijze door eerdere transacties met vergelijkbare rechtspersonen.
Daarnaast wees het hof het beroep van appellant af dat er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen in het tot stand komen van de overeenkomst. Het feit dat een concept-huurovereenkomst aan een derde was verstrekt, was onvoldoende om dit vertrouwen te rechtvaardigen. De grieven van appellant werden verworpen en het vonnis van de pachtkamer werd bekrachtigd, waarna de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen overeenkomst tot ontbinding is gesloten en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.