ECLI:NL:GHARN:2008:BF7583
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. Röben
- M. Ettema
- J. van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afschaffing motorrijtuigenbelastingtarief voor particuliere bestelauto's
Belanghebbenden, houders van bestelauto’s, betaalden vanaf 1 juli 2005 motorrijtuigenbelasting (MB) tegen het hogere tarief voor personenauto’s en maakten bezwaar tegen deze tariefsverhoging. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond, waarna zij in hoger beroep gingen bij het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil betrof de vraag of de afschaffing van het lagere MB-tarief voor particuliere bestelauto’s in strijd is met het gelijkheidsbeginsel (artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro) en het recht op ongestoord genot van eigendom (artikel 1 EP Pro). Belanghebbenden stelden dat zij feitelijk gelijk zijn aan ondernemers die een bestelauto houden, maar ongelijk worden behandeld omdat ondernemers een lager tarief betalen, ondanks dat ook zij hun bestelauto vaak voor privédoeleinden gebruiken.
Het hof oordeelde dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij fiscale regelingen en dat het onderscheid tussen ondernemers en particulieren objectief en redelijk gerechtvaardigd is. De regeling is gericht op het voorkomen van lastenverzwaring voor ondernemers en het tegengaan van oneigenlijk gebruik door particulieren. Ook is geen sprake van een disproportionele inbreuk op het eigendomsrecht. Het ontbreken van een overgangsmaatregel leidt niet tot een onredelijke last.
Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond. De kostenveroordeling werd niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de afschaffing van het lagere motorrijtuigenbelastingtarief voor particuliere bestelauto's niet discriminerend is en verklaart de beroepen ongegrond.