ECLI:NL:GHARN:2008:BG0390
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- V. van den Brink
- A.M.C. Groen
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht van erfpacht en opstal en toepassing artikel 507a Rv
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het recht van erfpacht en opstal, gevestigd op 31 juli 1989, rechtsgeldig was beëindigd. VTP stelde dat het recht nog bestond en dat de beëindiging onrechtmatig was. Het hof oordeelde dat Ekeby en de erfpachter uitvoering hadden gegeven aan de beëindigingsregeling zoals opgenomen in de vestigingsakte, en dat deze regeling rechtsgeldig was volgens artikel 5:87 lid 3 BW Pro.
VTP voerde onder meer aan dat er geen geldige afstandshandeling was en dat de erfpachters niet beschikkingsbevoegd waren vanwege hypotheken en beslag. Het hof verwierp deze grieven en stelde dat de opzeggingsregeling ook onder het oude recht was toegestaan. De betaling van de schadevergoeding door Ekeby aan de erfpachter via de notaris leidde tot beëindiging van het recht van erfpacht en opstal.
Daarnaast behandelde het hof de toepassing van artikel 507a Rv, dat bepaalt dat vorderingen die in de plaats van een onroerend goed treden onder beslag vallen. Het hof oordeelde dat de schadevergoeding in dit geval onder het beslag viel, maar dat VTP geen vordering meer op Ekeby had omdat de vergoeding was voldaan en de rechten waren geëindigd.
De rechtbank Zutphen werd in haar vonnis van 9 mei 2007 bekrachtigd, waarbij de vorderingen van VTP werden afgewezen en VTP werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van VTP af, waarbij het recht van erfpacht en opstal rechtsgeldig is beëindigd.