ECLI:NL:GHARN:2008:BG0442
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde betaling aan minderjarige bankrekeninghouder
In deze civiele zaak staat centraal of appellant, die minderjarig was ten tijde van ontvangst, het bedrag van €16.090,- dat frauduleus op zijn bankrekening werd bijgeschreven, moet terugbetalen aan de bank. De bank stelde vast dat de overboeking zonder rechtsgrond en frauduleus was, hetgeen appellant niet voldoende betwistte.
Appellant voerde aan dat de opnames van het geld niet door hem, maar door een derde onbevoegd waren verricht. Dit verweer werd door de rechtbank en het hof verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan bewijs. Het hof overwoog dat appellant, ondanks zijn minderjarigheid, gehouden is tot terugbetaling voor zover hij werkelijk voordeel had van het bedrag. Uit de feiten bleek dat appellant het grootste deel van het bedrag vrijwel direct contant had opgenomen.
Het hof oordeelde dat de bescherming van minderjarigen tegen lichtzinnigheid niet van toepassing was, omdat appellant al geruime tijd een eigen bankrekening had en geen feiten of omstandigheden had gesteld die hem beschermenswaardige lichtzinnigheid konden opleveren. De grieven van appellant werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is gehouden het bedrag van €16.090,- terug te betalen aan de bank en wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.