ECLI:NL:GHARN:2008:BG1073
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding beëindigingsovereenkomst wegens toerekenbare tekortkoming en gevolgen voor ongedaanmaking prestaties
In deze civiele zaak stond de ontbinding van een beëindigingsovereenkomst tussen [appellante] Holding B.V. en Tycho B.V. centraal, waarbij Tycho een geheimhoudingsbeding had geschonden. Het hof bevestigde dat de ontbinding geen terugwerkende kracht heeft en dat reeds nagekomen prestaties ongedaan gemaakt moeten worden, tenzij dit onmogelijk is, in welk geval een vergoeding geldt.
Het hof oordeelde dat Tycho toerekenbaar tekortgeschoten is door eenmalig de geheimhoudingsplicht te schenden, wat de ontbinding rechtvaardigt. De opzegging en beëindiging van de managementovereenkomst per 1 januari 2000 blijven rechtsgeldig, ondanks de ontbinding.
De waardering van de door Tycho verrichte prestaties werd geschat op de vergoeding over de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2004, waarna Tycho de termijnen vanaf 2005 moet terugbetalen. Het hof wees vorderingen tot vernietiging wegens bedrog of dwaling af en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
De uitspraak benadrukt de toepassing van de artikelen 6:265, 6:269, 6:271 en 6:272 BW omtrent ontbinding en ongedaanmaking van prestaties, en bevestigt dat een eenmalige schending van een geheimhoudingsbeding zwaar kan wegen in de ontbinding van een overeenkomst.
Uitkomst: De beëindigingsovereenkomst wordt ontbonden en er wordt een gedeeltelijke terugbetaling van vergoedingen vanaf 2005 vastgesteld.