ECLI:NL:GHARN:2008:BG1270
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en faillissement Mazza-vennootschappen
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van bestuurders centraal wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en de gevolgen daarvan voor het faillissement van meerdere vennootschappen binnen de Mazza-groep.
De curator vordert betaling van schulden op grond van onbehoorlijk bestuur, waarbij onder meer drie grote onverplichte betalingen op 30 december 2002 zijn onderzocht. Het hof stelt vast dat deze betalingen de solvabiliteit van de betrokken vennootschappen aanzienlijk hebben aangetast en dat geen rechtsplicht tot betaling bestond. De bestuurders konden dit niet voldoende betwisten.
Het hof verwerpt het verweer dat de betalingen buiten medeweten van [appellant sub 1] en Omanista zijn gedaan en wijst het beroep op interne taakverdeling als disculpatiegrond af. De bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden die niet door vereffening kunnen worden voldaan.
De vraag naar matiging van de aansprakelijkheid wordt niet in deze procedure beslist maar doorgeschoven naar de schadestaatprocedure. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.