ECLI:NL:GHARN:2008:BG3900
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake waardering bedrijfspand en belastbaar inkomen uit werk en woning
Belanghebbende, eigenaar van een bedrijfspand dat hij verhuurt aan zijn eigen vennootschap, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting over 2001, waarbij de waarde van het pand en het daaruit voortvloeiende belastbaar inkomen ter discussie stonden.
De rechtbank wees het beroep af, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het geschil betrof de waarde in het economische verkeer van het pand per 1 januari 2001 en de hoogte van de huurinkomsten en afschrijvingen die in aanmerking genomen moesten worden.
Het hof oordeelde dat de waarde van het pand in verhuurde staat moest worden vastgesteld, waarbij rekening gehouden moest worden met het lopende huurcontract dat een waardedrukkende invloed had. De waarde werd vastgesteld op €777.084, lager dan de door belanghebbende opgegeven €1.000.000, vanwege het lopende huurcontract met een lagere huur dan de marktwaarde.
De huurwaarde werd vastgesteld op de feitelijk betaalde huur van €36.180, niet op de hogere marktwaarde huur van €85.000. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €58.655. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting is verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €58.655.