ECLI:NL:GHARN:2008:BG4459
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep curator tegen bank over goede trouw bij overname vordering Elma Vastgoed
In deze civiele procedure voert de curator van de failliete vennootschappen Elma Vastgoed Ede B.V. en Elma Vastgoed Veenendaal B.V. hoger beroep tegen de bank ING Bank N.V. over de vraag of de bank te goeder trouw was bij het overnemen van vorderingen op de vennootschap medio 1994.
De curator stelt dat de bank op die momenten wist dat het faillissement van Elma Vastgoed te verwachten was, wat de bank volgens artikel 54 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) niet te goeder trouw zou maken. Het hof toetst de bewijswaardering van de rechtbank en de gehanteerde maatstaf voor goede trouw, waarbij het hof bevestigt dat de rechtbank een juiste en consistente maatstaf heeft toegepast.
Het hof overweegt dat de bank vanaf 1991 geen volledig zicht meer had op de financiële situatie van Elma Vastgoed en dat geen concreet bewijs is geleverd dat de bank op de relevante data wist dat het faillissement te verwachten was. Diverse grieven van de curator worden verworpen, waaronder die over interne rapportages, de keuze van de bank om niet tot uitwinning van zekerheden over te gaan, en de aanwezigheid van schulden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de curator in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de curator af wegens gebrek aan bewijs dat de bank te goeder trouw handelde.