ECLI:NL:GHARN:2008:BG6983
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit vals Deens paspoort ondanks beroep op Vluchtelingenverdrag
Verdachte werd vervolgd wegens het bezit van een vals Deens paspoort dat niet op zijn naam stond, aangetroffen tijdens een controle op 8 augustus 2007 in Arnhem. Hij wist of moest redelijkerwijs vermoeden dat het document vals was. Verdachte voerde primair een beroep op artikel 31, lid 1, van het Vluchtelingenverdrag, dat strafuitsluiting biedt voor vluchtelingen die onrechtmatig een land binnenkomen, en subsidiair een beroep op noodtoestand en het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid.
Het hof oordeelde dat artikel 31, lid 1, van het Vluchtelingenverdrag niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, maar slechts relevant is voor de strafbaarheid. Het hof stelde dat alleen het gebruik van valse documenten ter binnenkomst in een veilig land onder deze bescherming valt. Omdat verdachte na binnenkomst in Nederland niet te goeder trouw handelde door het paspoort niet te melden als vals, verloor hij het recht op bescherming onder dit artikel.
Het beroep op overmacht (noodtoestand) werd verworpen omdat verdachte het paspoort bewust bleef gebruiken na binnenkomst en geen poging deed om het bezit te beëindigen. Ook het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid werd niet aangenomen. Het hof veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, waarbij de mogelijke gevolgen voor zijn verblijfsrecht geen doorslaggevende rol speelden.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed zelf uitspraak, waarbij het Openbaar Ministerie ontvankelijk werd verklaard en het bewezenverklaarde feit strafbaar werd geoordeeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden voor het bezit van een vals paspoort.