ECLI:NL:GHARN:2008:BG7046
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- M.M. van Ditzhuijzen
- J.K.B. van Daalen
- J.A. Jansens van Gellicum
- H.B.M. Duenk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rentmeester en schijn van volmacht bij pachtovereenkomsten met gemeente
In deze civiele zaak stond centraal of de rentmeester bevoegd was om namens de gemeente reguliere pachtovereenkomsten aan te gaan met [geïntimeerde], een akkerbouwer. De gemeente betwistte de geldigheid van de overeenkomsten en vorderde ontruiming van de grond. Het hof oordeelde dat, ook als de rentmeester niet bevoegd was, de gemeente gebonden is aan de overeenkomsten vanwege de schijn van volmacht en de stilzwijgende bekrachtiging door de gemeente.
De feiten betroffen pachtovereenkomsten uit 2001 en 2002 waarbij de gemeente grond verhuurde aan [geïntimeerde]. De gemeente had de rentmeester opdracht gegeven tot beheer, maar stelde later dat deze niet bevoegd was tot het aangaan van reguliere pachtcontracten. Het hof vond dat [geïntimeerde] erop mocht vertrouwen dat de gemeente de rentmeester zou corrigeren indien nodig, en dat het uitblijven van reactie op de overeenkomsten duidde op bekrachtiging.
De gemeente voerde ook aan dat het beroep op redelijkheid en billijkheid het contract zou moeten beperken, maar het hof verwierp dit omdat de pachter wettelijk bescherming geniet. De grieven van de gemeente faalden, het hof bekrachtigde het vonnis van de pachtkamer voor het overige en veroordeelde de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de gemeente gebonden is aan de pachtovereenkomsten gesloten door haar rentmeester en wijst de grieven van de gemeente af.