ECLI:NL:GHARN:2008:BH0074
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid franchisenemer voor schade door beleggingen in failliete effectenproducten
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de relatie tussen appellant en geïntimeerde kan worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht en in hoeverre appellant aansprakelijk is voor schade door beleggingen in effectenproducten van Assurantiewacht. Assurantiewacht, franchisegever van appellant, bood onder meer het Euro Consultancy Garantiecertificaat en het VastgoedGarant certificaat aan, waarin geïntimeerde belegde met geld van een nieuwe hypotheek.
Assurantiewacht is failliet verklaard en de directeur wordt verdacht van fraude. De rechtbank heeft appellant veroordeeld tot schadevergoeding wegens tekortkoming in de zorgplicht, waarbij appellant producten aanbood zonder voldoende kennis en onderzoek, in strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995). Het hof onderzoekt of appellant zelfstandig onder de Wte 1995 valt en welke rol hij vervulde in relatie tot Assurantiewacht en geïntimeerde.
Het hof vraagt nadere inlichtingen over de verhouding tussen appellant en geïntimeerde, de rol van Assurantiewacht, de beloning van appellant en zijn opleidingen. Tevens wordt een comparitie van partijen gepland om te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Het hoger beroep tegen het vonnis van 6 september 2006 wordt niet-ontvankelijk verklaard en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het vonnis van 6 september 2006 en houdt verdere beslissing aan voor nadere inlichtingen en comparitie.