ECLI:NL:GHARN:2008:BH0075
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geen bron van inkomen uit kunstenaarsactiviteiten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2005, waarbij hij stelde dat zijn activiteiten als kunstenaar een bron van inkomen vormden. De Inspecteur betwistte dit en de Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem stond centraal of de kunstenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn opbrengsten de kosten zouden overtreffen en dat er een reële markt voor zijn werken bestond. Het Hof oordeelde dat dit niet het geval was, mede omdat er geen significante koopkrachtige vraag was en geen redelijke verwachting bestond dat die in de toekomst zou ontstaan.
Daarnaast verwierp het Hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de situatie van belanghebbende wezenlijk verschilde van anderen die belastingvoordelen kregen. Ook het argument dat het aangifteprogramma negatieve inkomsten accepteerde, werd niet gevolgd.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Rechtbank en wees het beroep af. Er werden geen kosten aan partijen opgelegd. De uitspraak werd op 24 december 2008 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de kunstenaarsactiviteiten geen bron van inkomen vormen en wijst het hoger beroep af.