ECLI:NL:GHARN:2008:BH2913
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid bestuurders voor onbehoorlijk bestuur en onrechtmatige benadeling schuldeisers
In deze zaak stond de vraag centraal of de bestuurders van gefailleerde vennootschappen aansprakelijk konden worden gehouden voor onbehoorlijk bestuur en onrechtmatige benadeling van schuldeisers. De curator stelde dat sprake was van een vooropgezet 'sterfhuis-scenario' waarbij activiteiten werden verplaatst en activa werden leeggehaald, wat leidde tot faillissement.
Het hof oordeelde dat de curator onvoldoende concrete feiten en bewijs had geleverd om dit scenario te onderbouwen. Veel verwijten waren gebaseerd op aannames en vermoedens die niet strookten met vaststaande feiten en producties, waaronder verklaringen onder ede en notulen van aandeelhoudersvergaderingen. De verslechtering van de financiële situatie werd erkend, maar werd toegeschreven aan diverse factoren zoals verlies van een grote afnemer, de MKZ-crisis en kostbare financiering.
De bestuurders hadden volgens het hof gehandeld binnen de grenzen van beleidsfouten en domheden, die niet leiden tot aansprakelijkheid. Ook het verwijt van handelen in strijd met artikel 2:256 BW Pro over tegenstrijdig belang werd verworpen wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de curator in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van de curator wegens bestuurdersaansprakelijkheid worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.