ECLI:NL:GHARN:2008:BH3715
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake nietigheid betekening en dwangsommen in kort geding
In deze zaak stond centraal de vraag of de betekening van het veroordelend arrest op 1 november 2007 rechtsgeldig was, waarbij appellante het hof verzocht het vonnis van de voorzieningenrechter te vernietigen. Het hof stelde vast dat de betekening niet voldeed aan de vereisten van artikel 611a lid 3 Rv en artikel 46 Rv Pro, omdat het exploot aan een niet daartoe bevoegde persoon was betekend.
Appellante voerde aan dat geïntimeerde niet onredelijk benadeeld was, mede omdat diens gemachtigde op de hoogte was gesteld van de betekening. Het hof oordeelde echter dat dit onvoldoende was om de nietigheid te doorbreken, mede gelet op het bijzondere belang van de betekening in het kader van dwangsommen en rechtszekerheid. Het hof verwees naar een eerdere zaak waarin een onregelmatige betekening niet tot onredelijke benadeling leidde, maar stelde dat die omstandigheden hier niet aanwezig waren.
Het hof concludeerde dat het hoger beroep faalt en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter van 2 juni 2008. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Dit arrest werd gewezen door het hof Arnhem op 16 december 2008.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.