ECLI:NL:GHARN:2009:BH6454
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van verpanding vordering tot schadevergoeding Biocomp aan NHO
In deze civiele procedure stond de rechtsgeldigheid van de verpanding van een vordering tot schadevergoeding van Biocomp aan NHO centraal. Het geschil betrof de vraag of de vordering tot € 500.000,- rechtsgeldig was verpand en of het meerdere bedrag eveneens onder de verpanding viel.
Het hof bevestigde dat de vordering tot € 500.000,- voldoende bepaalbaar en rechtsgeldig verpand was, mede op basis van een factuur met nummer 031110 van 10 november 2003 en een facturenoverzicht in het verpandingsborderel. Voor het meerdere bedrag ontbrak echter de benodigde specificatie en informatie in de pandakte, waardoor deze vordering onvoldoende bepaalbaar was en niet rechtsgeldig verpand kon worden.
Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd benadrukt dat individualisering van vorderingen aan de hand van gegevens buiten de pandakte niet mogelijk is zonder nadere informatie. Het hof gaf partijen in overweging hun geschil door een onderlinge regeling te beëindigen en stelde een comparitie onder leiding van een raadsheer-commissaris in.
De uitspraak bevestigt het belang van voldoende specificatie in verpandingsakten om rechtsgeldigheid van verpanding te waarborgen en benadrukt dat vorderingen die niet voldoende bepaalbaar zijn, niet rechtsgeldig verpand kunnen worden.
Uitkomst: De vordering tot € 500.000,- is rechtsgeldig verpand aan NHO, het meerdere bedrag niet.