ECLI:NL:GHARN:2009:BI0311
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- M.M. Olthof
- Th.C.M. Willemse
- L.L.M. de Lorijn
- H.K.C. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Geen pachtovereenkomst ondanks periodieke betalingen tussen ex-echtgenoten
In deze civiele zaak vorderde appellant, een voormalige echtgenoot, vaststelling van een pachtovereenkomst met zijn ex-echtgenote over landbouwgrond en loodsen die hij sinds 1990 in gebruik had. Hij stelde dat hij vanaf 2000 periodiek betalingen deed als tegenprestatie. De geïntimeerde betwistte dit en stelde dat de betalingen verband hielden met het wegvallen van haar arbeidsinkomen.
Het hof stelde vast dat voor het bestaan van een pachtovereenkomst een overeengekomen tegenprestatie vereist is. De door appellant gedane betalingen, waaronder bijdragen en bouwkosten, waren onvoldoende concreet gemotiveerd als zodanige tegenprestatie. Ook verklaringen van partijen en een accountant konden dit niet overtuigend aantonen.
Het hof oordeelde dat de betalingen eerder verklaard kunnen worden uit de huwelijkse relatie en de redelijkheid en billijkheid na de echtscheiding. Omdat appellant zijn stelplicht niet had vervuld, werd hij niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen eerdere beslissingen en werd het vonnis van 14 augustus 2007 bekrachtigd. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de bijzondere relatie tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van 14 augustus 2007 en verklaart appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep.