ECLI:NL:GHARN:2009:BI0507
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- H.W. Koksma
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor zonder vergunning opslaan en lozen van aardappeltarragrond
Verdachte werd beschuldigd van het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van natte aardappeltarragrond afkomstig van een fritesfabriek, het lozen van vocht uit deze tarragrond in de bodem, en het zonder omschrijving en begeleidingsbrief in ontvangst nemen van deze afvalstof. Het hof stelde vast dat de aardappeltarragrond een afvalstof is in de zin van de Wet milieubeheer en dat verdachte op twee percelen in werking had zonder vergunning.
De feiten werden bewezen verklaard op basis van onderzoek door het regionaal milieuteam, constateringen ter plaatse, en verklaringen van verdachte en getuigen. Het hof verwierp de verweren van verdachte dat er geen sprake was van een inrichting, dat tarragrond geen afvalstof was, en dat er geen lozingen hadden plaatsgevonden. Ook het ontbreken van begeleidingsbrieven bij het vervoer van de tarragrond werd als bewezen beschouwd.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was ondanks het te laat indienen van de appelschriftuur, gezien het maatschappelijke belang van milieuregels. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €40.000, waarvan een deel onder voorwaarden niet ten uitvoer wordt gelegd, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €40.000 wegens het zonder vergunning opslaan van aardappeltarragrond, lozen van vocht in de bodem en het zonder begeleidingsbrief ontvangen van afvalstoffen.