ECLI:NL:GHARN:2009:BI0795
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.W. Zwemmer
- J.P.M. Kooijmans
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering nalatenschap en aanslag successierecht ondanks betwisting belanghebbende
Belanghebbende kreeg in 2000 een ambtshalve aanslag successierecht opgelegd gebaseerd op een nalatenschapswaarde van ƒ 525.000, waarvan de woning werd gewaardeerd op ƒ 675.000. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze waardering.
Tijdens het hoger beroep stelde belanghebbende dat de waarde van de nalatenschap lager was, met name dat de woning slechts ƒ 500.000 waard was, en leverde bewijsstukken aan. Het hof gaf belanghebbende de gelegenheid aanvullende bewijzen te overleggen, maar deze konden de waardering niet substantieel onderbouwen.
De Inspecteur baseerde de waardering op een taxatie door een NVM-makelaar binnen een jaar na het overlijden en de vaststellingsovereenkomst tussen erfgenamen. Het hof oordeelde dat deze waardering redelijk en voldoende was, en dat de verzwaarde bewijslast bij belanghebbende lag om het tegendeel te bewijzen.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep ongegrond en bevestigde de aanslag. Er werden geen kosten aan de partijen opgelegd. De uitspraak werd op 31 maart 2009 openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht wordt bevestigd.