ECLI:NL:GHARN:2009:BI1556
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake belastingheffing onroerendezaaktransactie militair als resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende, een militair, en zijn echtgenote waren eigenaar van een woning aan de a-straat 1 te Z, die de gemeente wilde kopen voor de vestiging van een bedrijventerrein. Na onderhandelingen en een ruilovereenkomst verwierf belanghebbende een perceel aan de b-straat 2/3 met daarop een dubbel woonhuis en schuren. Vervolgens verkocht hij een deel van dit perceel en verkocht hij de opstal na nieuwbouw.
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op voor de jaren 2001 en 2002, waarbij het behaalde resultaat uit de verkoop van grond en opstal werd belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende stelde dat hij geen voordeel kon verwachten uit de verkoop van de grond en dat de verkoopactiviteiten niet als bron van inkomen konden worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur beschikte over het vereiste nieuwe feit voor navordering. Voor het jaar 2001 werd het resultaat uit de verkoop van grond niet als inkomen aangemerkt omdat redelijkerwijs geen voordeel kon worden verwacht. Voor 2002 werd het resultaat uit de verkoop van de opstal wel als resultaat uit overige werkzaamheden belast, omdat belanghebbende omvangrijke arbeid had verricht die verder ging dan normaal vermogensbeheer.
Het Hof stelde vast dat 30% van het voordeel uit 2002 aan de echtgenote toekomt vanwege haar feitelijke werkzaamheden. Het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur slaagde daardoor deels. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wees griffierecht toe.
De uitspraak vernietigt de navorderingsaanslag 2001 en vermindert die van 2002 tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €101.186, en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €10.983.
Uitkomst: De navorderingsaanslag 2001 wordt vernietigd, de aanslag 2002 verminderd en de Inspecteur veroordeeld in proceskosten.