ECLI:NL:GHARN:2009:BI1737
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken verlof tussentijds hoger beroep
In deze civiele procedure betrof het hoger beroep tegen meerdere tussenvonnissen van de rechtbank Zutphen, waarbij appellante grieven had gericht tegen vonnissen van 10 oktober 2002, 7 mei 2003 en 27 februari 2008. Het hof stelde vast dat deze vonnissen tussenvonnissen zijn die geen einde maken aan het geding en geen voorlopige voorziening bevatten.
Op grond van het overgangsrecht en het huidige Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldt dat hoger beroep tegen dergelijke tussenvonnissen slechts gelijktijdig met het eindvonnis kan worden ingesteld, tenzij de rechter verlof verleent voor tussentijds hoger beroep. Het hof concludeerde dat geen verlof was verleend en dat het vonnis van 27 februari 2008 geen zodanig verlof bevatte.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Echter, het hof achtte het billijk om appellante alsnog in de gelegenheid te stellen om bij de rechtbank Zutphen verlof te vragen voor tussentijds hoger beroep, mede omdat AXA geen bezwaar maakte en appellante reeds binnen de appeltermijn hoger beroep had ingesteld.
De zaak werd verwezen naar de rol op 10 maart 2009 om dit verlof over te leggen en partijen de gelegenheid te geven zich hierover uit te laten. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van verlof tussentijds hoger beroep, met mogelijkheid alsnog verlof te vragen.