ECLI:NL:GHARN:2009:BI2401
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon voor onderverzekering inventaris brandverzekering
In deze zaak werd het geschil voortgezet na verwijzing door de Hoge Raad, die oordeelde dat het hof te ’s-Hertogenbosch ten onrechte een essentiële stelling van De Hoeve c.s. onbesproken had gelaten. De kern van het geschil betreft de vraag of de assurantietussenpersonen ([appellantes]) hun zorgplicht hebben geschonden door niet te adviseren de waarde van de inventaris door een deskundige te laten taxeren bij het afsluiten van de brandverzekering.
Het hof stelt vast dat de assurantietussenpersonen wisten dat de waarde van de inventaris niet exact bekend was en dat De Hoeve c.s. slechts een schatting hadden gegeven. Van een redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht dat hij de verzekerde informeert over het belang van een juiste waardebepaling en dat hij niet zomaar mag afgaan op de opgave van de verzekerde. Zeker bij een beginnend ondernemer zoals De Hoeve c.s. gold dit des te meer.
Het hof oordeelt dat [appellantes] tekort zijn geschoten in hun taak door niet te adviseren tot taxatie, waardoor onderverzekering is ontstaan en zij aansprakelijk zijn voor de daardoor geleden schade. Het beroep op eigen schuld van De Hoeve c.s. faalt omdat niet is komen vast te staan dat zij bewust waren van de werkelijke waarde. Ook de tweede grief over de hoogte van de schade wordt verworpen, waarbij het hof de vaststelling van de schade door experts bindend acht.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 1 september 2004 en veroordeelt [appellantes] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de assurantietussenpersonen aansprakelijk zijn voor de onderverzekering en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.