ECLI:NL:GHARN:2009:BI3324
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding uitgesproken ondanks ontbreken huwelijksakte en onbekende verblijfplaats man
De vrouw, met een verblijfsvergunning asiel in Nederland, verzocht de rechtbank Arnhem om echtscheiding van haar man, die onbekend verblijft en van wie geen huwelijksakte kon worden overlegd. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een bewijsstuk van het huwelijk.
In hoger beroep stelde de vrouw dat zij niet in staat was een huwelijksakte te overleggen omdat zij Koeweit was ontvlucht en geen contact kon opnemen met de autoriteiten van haar land van herkomst. Het hof oordeelde dat onder deze omstandigheden het overleggen van een huwelijksakte niet van haar kon worden verlangd en achtte de stelling van het huwelijk aannemelijk op basis van verklaringen van de vrouw en haar nicht.
Het hof stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was op grond van Brussel II-bis Verordening, omdat de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland had. Gezien het ontbreken van weerspraak op het duurzame ontwricht zijn van het huwelijk, wees het hof het verzoek tot echtscheiding toe en bepaalde dat het minderjarige kind zijn gewone verblijfplaats bij de vrouw heeft.
Uitkomst: Het hof spreekt de echtscheiding uit en bepaalt dat het minderjarige kind zijn gewone verblijfplaats bij de vrouw heeft.