ECLI:NL:GHARN:2009:BI3345
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende machtiging geslachtsnaamwijziging en handhaving gezamenlijk gezag
De moeder verzocht het hof om vervangende toestemming te verlenen voor de geslachtsnaamwijziging van haar kind naar haar eigen achternaam, vanwege het ontbreken van instemming van de vader, met wie zij gezamenlijk het gezag over het kind uitoefent. Tevens verzocht zij om eenzijdig ouderlijk gezag te verkrijgen. De rechtbank had deze verzoeken eerder afgewezen.
Tijdens de zitting verscheen het kind en de Raad voor de Kinderbescherming. Het hof nam kennis van de standpunten van partijen en de stukken, waaronder een brief van de advocaat van de moeder. De moeder stelde dat de communicatie tussen haar en de vader zodanig gebrekkig was dat gezamenlijk gezag niet langer mogelijk was, terwijl de vader zijn verantwoordelijkheid voor het kind wilde blijven nemen.
Het hof oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat het gezamenlijk gezag moest worden beëindigd, omdat de ouders nog in staat zijn om overleg te plegen en de moeder openstond voor contact tussen vader en kind. Ten aanzien van de geslachtsnaamwijziging overwoog het hof dat hoewel het kind de wijziging wenst, dit niet in haar belang is vanwege de emotionele lading en mogelijke identiteitsverlies. De verzoeken van de moeder werden daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervangende machtiging voor geslachtsnaamwijziging af en handhaaft het gezamenlijk gezag.