ECLI:NL:GHARN:2009:BI4247
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- A.W. Steeg
- A. Smeeïng-van Hees
- L.L.M. de Lorijn
- H. Rogaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging pachtovereenkomst ondanks ingebracht gebruik in vennootschap onder firma
In deze zaak stond de vraag centraal of de pachtovereenkomst verlengd moest worden ondanks dat de pachter het gebruik van het gepachte had ingebracht in een vennootschap onder firma, waardoor de zeggenschap over het gepachte gedeeltelijk was verloren gegaan. De pachtkamer had de verlenging van de pachtovereenkomst toegewezen, maar appellanten stelden dat dit onterecht was omdat de bedrijfsvoering niet was geweest zoals een goed pachter betaamt.
Het hof oordeelde dat hoewel de pachter tekort was geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen door de zeggenschap over het gepachte te verliezen, deze tekortkoming onvoldoende ernstig was om de verplichte afwijzingsgrond van artikel 39 Pachtwet Pro toe te passen. Daarbij werd meegewogen dat appellanten geen concreet nadeel hadden geleden en dat het gepachte een wezenlijke plaats innam in de bedrijfsvoering van geïntimeerden.
Het hof bevestigde de beschikking van de pachtkamer en verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen een eerdere beschikking. Tevens werden appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof paste het oude recht toe vanwege het overgangsrecht en de aard van de procedure.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verlenging van de pachtovereenkomst en verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep.