ECLI:NL:GHARN:2009:BI5268
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.C.M. de Kroon
- J. Lamens
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verhoging gecombineerde heffingskorting bij nihil inkomensheffing partner
Belanghebbende heeft voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen van € 1.766, met daarnaast € 197 aan heffingsrente. Zij had geen inkomen in dat jaar, terwijl haar partner een verlies uit aanmerkelijk belang had geleden dat leidde tot een belastingkorting die zijn inkomensheffing nihil maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof Arnhem bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Het hof overwoog dat op grond van artikel 8.8 Wet IB 2001 de gecombineerde heffingskorting maximaal het bedrag mag zijn van de verschuldigde inkomensheffing. Omdat de partner van belanghebbende geen belasting verschuldigd was, kon de heffingskorting niet worden verhoogd.
Belanghebbende kon ook niet via haar partner aanspraak maken op een verhoging van de gecombineerde heffingskorting. Het hof wees het beroep op de hardheidsclausule af en oordeelde dat de heffingsrente terecht was opgelegd omdat belanghebbende vanaf de voorlopige teruggaaf tot de aanslag beschikking over het bedrag had.
Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een kostenveroordeling af. Beide partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op verhoging van de gecombineerde heffingskorting omdat haar partner geen inkomensheffing verschuldigd is.