ECLI:NL:GHARN:2009:BI8652
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- P.H. Veling
- J.K.B. van Daalen
- J.A. Jansens van Gellicum
- H.K.C. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof oordeelt over pachtverhouding tussen deelgenoten van landbouwgrond
In deze civiele zaak stond centraal of tussen appellant en geïntimeerde sub 1, beiden broers en deelgenoten van landbouwgrond, een pachtverhouding bestond of dat sprake was van een gebruiksregeling tussen deelgenoten. De gronden waren in 1989 van hun vader gekocht en geïntimeerde sub 1 gebruikte de grond, waarvoor hij betalingen verrichtte.
De pachtkamer had in eerste aanleg geoordeeld dat een pachtverhouding bestond, mede op basis van een beding in de koopakte en een taxatierapport waarin sprake was van verpachte staat. Het hof stelde echter vast dat de bedoeling van partijen bepalend is en dat zij aanvankelijk hadden beoogd de pachtverhouding te beëindigen om gezamenlijk de grond te exploiteren, wat niet is gerealiseerd.
De wijze waarop de vergoeding voor het gebruik werd bepaald en de terminologie die partijen gebruikten, wezen erop dat geen voortzetting van de pachtrelatie was beoogd. Het hof oordeelde dat de pachtverhouding was beëindigd en dat de betalingen een gebruiksvergoeding in het kader van een regeling tussen deelgenoten vormden.
Verder werd het bewijs toegelaten omtrent de ontvangst van een brief die relevant was voor de verjaring, waarbij getuigenverhoren werden gepland. De zaak werd aangehouden om partijen de gelegenheid te geven tot een minnelijke regeling te komen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat tussen partijen geen pachtverhouding bestaat, maar een gebruiksregeling tussen deelgenoten.